Spaans : Nederlands el especialista = de specialist la inteligencia = de intelligentie desarrollado = ontwikkeld dominante = dominant corporal = lichamelijk la escena = de scène visual = visueel el crucigrama = het kruiswoordraadsel el puzle = de puzzel la lógica = de logica la analogía = de overeenkomst resolver = oplossen el cálculo = de berekening analizar = analyseren intrapersonal = intrapersoonlijk la responsabilidad = de verantwoordelijkheid coleccionar = verzamelen la flor = de bloem musical = muzikaal inteligente = intelligent específico = specifiek coincidir = overeenkomen seguramente = vast en zeker