Spaans : Nederlands el joven = jongere consultar a alguien = iemand om raad vragen la consultoría = adviesbureau el posicionamiento = positionering la carta = menukaart el estudio de mercado = marktonderzoek diferenciarse = zich onderscheiden competir = concurreren evidentemente = blijkbaar despertar la imaginación = de fantasie prikkelen la imaginación = fantasie el lanzamientola ima = lancering persuadir a alguien = iemand overtuigen el público objetivo = doelgroep la caloría = calorie saturado = verzadigd la característica = kenmerk energético = energieopwekkend la azteca = azteek la propiedad = eigenschap transmitir = iets overbrengen la energía = energie la adrenalina = adrenaline formal = formeel motivar a alguien = iemand motiveren ¡[qué gustazo!] = dat smaakt! el eslogan = slogan el sentimiento = gevoel vivo = levendig el manga = manga la valla publicitaria = reclamebord suficiente = voldoende estar presente = aanwezig zijn el concurso = prijsvraag anunciar = aankondigen patrocinar = iets sponsoren el evento = evenement El patrocicio / [el sponsoring] = sponsoring apoyar = steunen la técnica = techniek el mailing = mailing efectivo = effectief rodeado = omgeven door informativo = informatief sugestivo = suggestief chocante = schokkend pedir = iets bestellen la entrada = voorgerecht la sopa = soep relleno = gevuld el marisco = schelpdieren la merluza a la romana = gefrituurde heek el salmón = zalm el lenguado al horno = tong uit de oven la paella = paella la gamba = garnalen el filete = filet el ternero = kalf la chuleta = kotelet el cerdo = varken el cordero = lam asado = gebraden el solomillo = medaillon la cebolla = ui a la plancha = gegrild el postre = nagerecht el flan = eiervla la nata = slagroom la tarta = taart la manzana = de appel el menú = menú de primero = als voorgerecht de segundo = als hoofdgerecht la verdura = groente a elegir = naar keuze recomendar = iets aanbevelen el espárrago = asperge mixto = gemengd el arroz = rijst el pan = broeden / alleen denken la preparación = bereidingswijze frito = gefrituurd la salsa = saus dulce = zoet soso = flauw el spot publicitario = reclamespot el marketing en internet = marketing via internet el lenguaje = taal [el patrocicio] / El sponsoring = sponsoring molestar = ergeren alcohólico = alcoholisch el lujo = luxe el objeto = voorwerp el objeto de deseo = lustobject romántico = romantisch la sensación = sensatie el canal = kanaal el cosmético = schoonheidsproduct